Mijn bakfiets is mijn tweede huis…

Als moeder van vier ben je altijd in de weer. Er gaat geen dag voorbij dat er geen hockey, tennis, jazzballet, zwemles, tekenles, turnen of wat dan ook is van een van de kinderen en soms bijna allemaal tegelijk. En dan heb ik het natuurlijk nog niet eens over de alledaagse dingen zoals boodschappen doen, was wegwerken, naar school brengen of ophalen bij vriendjes of van een feestje… als ik niet aan het werk ben.

Al jarenlang is mijn allerbeste vriend en ongeveer mijn tweede huis mijn bakfiets. Zonder deze schat had ik het niet gered, want ook al kunnen de oudste drie inmiddels zelf fietsen, als ik haast heb, gaan ze nog steeds allemaal in de bakfiets. Ook al woon ik niet meer in de stad, niet overal waar je heen gaat kun je makkelijk parkeren of soms staat het enorm vast.

Toen je hierboven las dat ik de bakfiets ook soms ‘mijn huis’ noem, dacht je waarschijnlijk dat je het verkeerd las, ik een typfoutje had gemaakt of dat ik niet helemaal honderd procent ben. Dat laatste kan ik zelf niet helemaal beoordelen, maar wat ik ermee bedoel is dat ik met deze fiets niet alleen mijn kindjes vervoer, maar dat ook alle sporttassen, boodschappen en vriendjes en vriendinnetjes meeliften in  mijn bakfiets. Als ze na school snel ergens heen moeten, maak ik een mandje met krentenbollen, eierkoeken en drinkpakjes,  waarvan ik de restjes ’s avonds allemaal uit de bakfiets mag vissen en kan weggooien.

De oudste twee worden nu wel echt groot en het wordt steeds een gekker gezicht, zo’n volgeladen fiets met etende en drinkende kinderen, maar stiekem hoop ik dat ze er voor altijd in willen. Ik voel me zo trots als ik in het zonnetje fiets met een bak vol met het belangrijkste wat ik heb. En misschien, over een jaar of veertig kunnen de kinderen mij op deze manier rondrijden. Ik met een sapje en een eierkoek in de hand en gáán!