Peuterpuber

Afgelopen weekend was ik met ons jongste ventje aan het fietsen. Prachtig weer, maar wel ontzettend koud. Hij had niet alleen een maillot onder zijn broek, maar natuurlijk ook wanten aan, een muts en een sjaal op.

Ik hoef jullie -ervaren moeders- natuurlijk niet uit te leggen dat het aantrekken van dit soort spullen meestal niet in goede aarde valt bij een tweejarige in een ‘ik-ben-twee-dus-ik-zeg-OP-ALLES-NEE-fase’. Hij trok alles direct van zijn hoofd en handen en was het niet eens met deze accessoires, maar even afleiden en stiekem de accessoires weer op en aangetrokken en we gingen.

Na een stukje doelloos rondfietsen leek het me leuk om naar een klein speeltuintje met hem te gaan, ik zag het helemaal gezellig voor me: even schommelen, van de glijbaan, allebei met rode wangen van de kou een beetje blij zijn in de speeltuin. Maar dát liep even net anders. Meneertje had ergens een bord zien staan met waterijsjes en dat was nou net waar hij zin in had. Wat eerst nog wijzend naar het ijsjesbord en driehonderdnegentig keer het woord ‘ijs’ herhalen was, werd al snel op de grond liggen en heel hard huilen. Uit boosheid trok hij zijn jas en handschoenen uit, muts en sjaal af en daar lag hij op de grond in zijn overhemdje te huilen. Het is niet dat ik geen moederhart heb of dat dit me koud laat, maar bij een vierde kind weet je dat je hem beter maar even kan laten afkoelen, want dit was niet het moment om hem te troosten. Kalmeren zou alleen maar lukken door hem zijn zin te geven en op zoek te gaan naar een waterijsje… NO WAY!

Nadat hij daar al even lag te schreeuwen en tussendoor nog een paar keer ‘mama AU’ riep en stiekem keek of ik er nog wel stond, besloot ik hem mee naar huis te nemen. Meneer werd nóg bozer. Ik kon hem bijna niet tillen, zo hard stribbelde hij tegen, maar uiteindelijk kreeg ik hem in het fietszitje. Ik had nog geprobeerd zijn jas aan te trekken, maar het was ronduit kansloos. Ik kreeg nog een paar klappen in mijn gezicht en ik besloot snel naar huis te fietsen en hem daar op de trap te zetten als hij zo door zou gaan. Ik fietste zo hard als ik kon naar huis. Bij het stoplicht draaide een automobilist zijn raampje open en vroeg of ik het normaal vond zelf helemaal ingepakt en warm op de fiets te zitten en mijn peuter in zijn overhemdje ziek te laten worden en kijk nou eens hoe overstuur hij is van de kou. Omdat ik geen zin had in een discussie met deze – overduidelijk nog geen vader – bemoeial, knikte ik en mompelde iets dat ik dat inderdaad normaal vond. Ik weet natuurlijk wel dat ik me niks moet aantrekken van zo’n man, maar toch voel je je aangesproken. Ik ging met de allerbeste bedoelingen de deur uit, maar met een peuterpuber gaat het nou eenmaal niet altijd zoals je het bedacht had.

Toen ik thuiskwam en mijn fiets nog op slot aan het zetten was, rende ons monstertje al naar binnen. Toen ik binnenstapte en hem linea recta op de trap wilde zetten, zat hij op schoot bij een vriendin van mijn oudste dochter een cup cake te eten, die had zij gebakken en kwam ze langs brengen.

Voordat ik in kon grijpen had hij hem al opgegeten… de trap had ook geen zin meer, want hij zat met een smile van oor tot oor bij de meiden aan tafel.

Nummer vier… voor galg en rad.

Reageer op artikel:
Peuterpuber
Sluiten