Week 11

 

 

Behalve dat je kindje nu relatief gezien een ‘belachelijk’ groot hoofd heeft, is hij lichamelijk gezien van de buitenkant zo goed als ‘af’. Dat wil zeggen: hoofdje, oortjes, oogjes (die sluiten rond deze week om pas rond week 26 weer open te gaan), rompje, beentjes, armpjes, vingertjes en teentjes: alles is al te zien. Maar er moet natuurlijk wel nog goed gegroeid worden, want we zitten nu op zo’n 5,5 cm lengte. En ‘van binnen’ is ook nog niet alles hoe het zijn moet.

Niet onbelangrijk; het geslachtsorgaan wordt zo rond deze week aangelegd, evenals de nageltjes en het gebit.

Rond deze tijd kun je prenatale screening laten doen; Een onderzoek naar een mogelijke afwijking bij jullie nog ongeboren kindje. Niet het leukste onderwerp rondom een zwangerschap, maar wel een om over na te denken en samen over te praten. We zeggen ‘kun je doen’, want deze test is niet verplicht. Het is echt aan jullie of jullie dit wel of niet willen doen.

Er zijn twee mogelijkheden.

Bij de combinatietest wordt gekeken of jij een verhoogde kans hebt op een kindje met het Downsyndroom. Bij deze test wordt jouw bloed onderzocht tussen week 9 en week 14 en bij je kindje doen ze tussen de 11e en 14e week een nekplooimeting. Dat wil zeggen: een echografisch onderzoek waarbij de dikte van de nekplooi (om precies te zijn: een tijdelijke ophoping van vocht onder de huid die elke foetus heeft) gemeten wordt.

De uitslag van dat bloedonderzoek en de nekplooimeting worden gecombineerd met jouw leeftijd en de precieze duur van je zwangerschap. Samen bepaalt dit hoe hoog de kans is op een kindje met het syndroom van Down.

De combinatietest blijft een kansberekening en geeft geen zekerheid. De test laat alleen zien hoe groot de kans is dat je kind het syndroom van Down heeft. Ook als de uitslag van de test gunstig lijkt, is er toch nog een (heel) kleine kans dat je kind geboren wordt met het syndroom van Down. Andersom betekent een verhoogde kans op het syndroom van Down niet altijd dat er daadwerkelijk iets met je kindje aan de hand is.

Bij een uitslag van 1 op 200 of op een getal lager dan 200 is er sprake van een verhoogde kans op een kindje met Down. Is dit het geval, dan kom je in aanmerking – geheel vrijwillig –  voor een vervolgonderzoek: een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.

De tweede mogelijkheid is de NIPT-test. Dit is een bloedtest die dezelfde afwijkingen opspoort al de combinatietest. Tijdens deze test wordt er een buisje bloed afgenomen. Het voordeel van de NIPT is dat deze beter kan voorspellen dan de combinatietest, en geen risico op een miskraam geeft (zoals een vlokkentest of vruchtwaterpunctie als vervolgonderzoek dat wel met zich meebrengen). Maar: ook de NIPT geeft geen 100% zekerheid.

Voor beide testen wordt een eigen bijdrage gevraagd van zo’n 175 euro.

 

Beste Jan,

Je moet er niet aan denken natuurlijk, maar er bestaat een kans dat er iets niet helemaal in orde is met jullie kindje-in-wording. Om erachter te komen of jullie kindje één of meerdere afwijkingen heeft, kun je een aantal tests laten doen. Eén daarvan is de combinatietest. Het blijft een kansberekening, maar het geeft jullie wel een beetje houvast. Misschien wil je je er liever niet te veel in verdiepen, of is jullie baby sowieso welkom, maar we raden je toch aan je een beetje te verdiepen in het bestaan van mogelijke tests, zoals de combinatietest, de NIPT-test, de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest. Anno nu is de wetenschap al weer zo veel verder en zijn bepaalde risico’s die aan die tests verbonden zaten inmiddels enorm verlaagd. Bovendien voelt je vrouw zich door het feit dat jij je er ook in verdiept al enorm gesteund en mochten jullie samen voor onverhoopte beslissingen komen te staan, dan weet jij net zo veel als zij.