Peuter 24 mei 2018 Redactie

Zo denkt een peuter over zijn of haar ‘bezit’…

Zo denkt een peuter over zijn of haar ‘bezit’…

 

‘Samen spelen is samen delen’. Het klinkt zo leuk en lieflijk en sociaal, maar in de praktijk stokt het nog wel eens onder peuters. In werkelijkheid houden peuters er de volgende regels omtrent bezit op na:

  1. Als ik het leuk vind, is het van mij.
  2. Als het in mijn hand zit, is het van mij.
  3. Als ik het van je kan afpakken, is het van mij.
  4. Als ik het een tijdje geleden in mijn handen had, is het van mij.
  5. Als het van mij is, mag het nooit van jou worden.
  6. Als ik iets aan het bouwen ben, zijn alle stukjes en blokjes van mij.
  7. Als het lijkt op die van mij, is het van mij.
  8. Als ik het het eerste zag, is het van mij.
  9. Als je iets neerlegt, is het van mij.
  10. Als het kapot is, mag jij het hebben.

 

Hoe creëer je dan toch gewenst sociaal gedrag? 

Wil je toch een poging wagen je peuter wat gewenst gedrag omtrent spelen en delen bij te brengen? Dan hebben we wat tips voor je. Houd hierbij wel in gedachte dat ze een eventuele faux pas vergeven moet worden. Feit is namelijk dat dreumesen en peuters zich nog niet kunnen verplaatsen in anderen. Je kind leren delen zal je niet lukken door een goed gesprek met hem aan te gaan of door een monoloog over delen te houden. Ze moeten het door de jaren heen door ervaring leren. Wees je er ook van bewust dat peuters en vooral dreumesen nog helemaal niet echt met andere kinderen samen kunnen spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Okay, dat in je achterhoofd houdend kun je natuurlijk wel wat dingen doen om problemen rond het fenomeen delen te voorkomen of voor te zijn:

• Je kunt nog niet van jullie dreumes of peuterverlangen dat hij al kan delen. Een dreumes of een peuter ziet speelgoed (vaak) als een onderdeel van zichzelf. Je kunt hem vertellen dat het speelgoed niet voor altijd afgepakt zal worden en dat het andere kindje er alleen maar even mee wil spelen.

• Geef zelf het goede voorbeeld: door bijvoorbeeld hardop te zeggen dat je jouw appel of banaan wel wilt delen met hem.

• Je kunt ervoor zorgen dat als er bezoek komt, er een paar dingen klaarliggen zodat er voor het andere kindje voldoende speelgoed is, en je zou bijvoorbeeld het lievelingsspeelgoed van jouw kind van tevoren even weg kunnen leggen. Zo voorkom je dat hij zich met zijn hele lichaam over zijn favoriete speelgoed stort in een soort ‘over my dead body’-houding zodra het andere kindje een voet over de drempel zet.

• Behandel alle kinderen – eigen kindjes dan wel kindjes die op bezoek zijn, jongere en oudere kindjes, jongetjes en meisjes – op dezelfde manier: als de een iets doet en daarvoor op zijn vingers getikt wordt, dan ook de ander op dezelfde manier aanspreken als hij hetzelfde doet. Ze zien en horen alles.

• Als je naar een openbare gelegenheid gaat, kun je meerdere schepjes of balletjes meenemen. En wanneer jouw kind zijn bal bij zich heeft en het andere kindje een loopauto; ja, je voelt hem al aankomen, dan kunnen ze bijvoorbeeld even ruilen. Bij alles is het handig om er hardop over te praten en er uitleg bij te geven. Het is wel handig om met watervaste stift zijn naam op speelgoed te zetten, want je zult niet de enige zijn met een witte voetbal of een Hello Kitty-emmer.

• Bedenk dat als jullie kind de afstandsbediening of jouw telefoon pakt en jij die zonder uitleg weer terugpakt, hij dit ook als voorbeeld ziet. Voor alles geldt dat uitleg geven enorm kan helpen. Op het moment zelf kan het nog steeds uitmonden in een woedeaanval, maar op den duur zal het zijn vruchten afwerpen.

• Deelt je kindje uit zichzelf, dan moet dat natuurlijk geprezen worden: een complimentje is op zijn plaats, een knuffel, een vriendelijke knik of een lach…beloon het.

• Zorg voor activiteiten waarbij delen gestimuleerd wordt, zoals bijvoorbeeld samen met autootjes spelen of met Duplo mooie torens bouwen.

• Wees je ervan bewust dat kinderen nogal snel verveeld zijn, dusbedenk meerdere speelactiviteiten.

• Als je ziet dat je kindje uit is op speelgoed van een ander, dan kun je ingrijpen door je kindje meteen ter plekke te leren netjes te vragen of hij met het speelgoed van een ander mag spelen.

 

Is er al een kleine oorlog ontstaan?

• Leg uit dat dit niet de bedoeling is: ‘Jan junior, je mag die tractor niet afpakken,’ en vertel ook wat er nu moet gebeuren: ‘Geef de tractor maar terug, die is van Marietje.’

• Lijkt Jan junior je niet erg serieus te nemen, dan kun je hem wijzen op de gevolgen van stout gedrag en aangeven dat jullie naar huis zullen gaan als hij stout blijft doen.

Good luck!

 

Geïnteresseerd in meer tips over peuters? Check dan ook het artikel En zo krijg je een slimmer kind.

Hoe vaak zegt een kind “MAMA” versus “PAPA”

Reageer op artikel:
Zo denkt een peuter over zijn of haar ‘bezit’…
Sluiten