Verdrinking en secundaire verdrinking

Verdrinking en secundaire verdrinking

Verdrinking en secundaire verdrinking

In Nederland is verdrinking een van de belangrijkste doodsoorzaken bij kinderen tot 4 jaar oud. Het merendeel van deze kinderen wordt ook nog eens dicht bij huis door dit noodlot getroffen. Denk aan de vijver in de tuin, een slootje in de buurt of een baddersessie waarbij je heel even niet oplet. Bij oudere kinderen vinden verdrinkingsongelukken vooral plaats in zwembaden, de zee of in ander natuurwater.

 

Verdrinking

Verdrinking is in principe te voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen: plant een hekje om de vijver, verlies je kind niet uit het oog, laat hem nooit alleen in bad zitten (zelfs niet voor vijf seconden), en zorg dat hij zijn zwemdiploma’s haalt (het liefst tot aan zwemdiploma C, zeker voor de fanatieke zeezwemmers). Toch zit een ongeluk nou eenmaal in een klein hoekje, en kinderen zijn razendsnel. Daar komt bovenop dat verdrinking binnen een paar seconden gebeurt en dat het ook nog eens geluidloos verloopt. Mocht je kind inderdaad dreigen te verdrinken, breng hem dan zo horizontaal mogelijk aan kant. Bel meteen 112, en laat de centralist je verder begeleiden, bijvoorbeeld bij het reanimeren. Om onderkoeling te voorkomen, kun je je kind daarna toedekken met iets warms.

 

Secundaire verdrinking

Als je kind een flinke hoeveelheid water in zijn luchtpijp heeft gekregen, bijvoorbeeld doordat hij een tijdje onvrijwillig onder water is geweest of zelfs dreigde te verdrinken maar gelukkig op tijd gered kon worden, dan is het van groot belang om toch met hem naar het ziekenhuiste gaan. Dit kan namelijk secundaire verdrinking tot gevolg hebben. Dat houdt in dat water dat in zijn longen terecht is gekomen de longen zal irriteren, waardoor je kind ademhalingsproblemen krijgt of zelfs onmogelijk nog zuurstof kan binnenkrijgen. Dit hoeft niet per se meteen duidelijk te worden, het kan zelfs tot wel 72 uur duren voordat de symptomen van secundaire verdrinking opspelen.

 

Waar moet je dan op letten als je kind een keer te vaak kopje onder is gegaan en daarbij naar adem heeft moeten snakken of zelfs wat water heeft opgehoest?

  • Moet hij de hele tijd hevig hoesten?
  • Lijkt hij extreem vermoeid?
  • Heeft hij problemen met ademen?
  • Heb je het idee dat zijn hersenen niet meer ‘normaal’ functioneren? Denk aan moeilijk kunnen praten, zwalken of ander raar gedrag dat je niet van je kind gewend bent.

Ga bij het eerste symptoom dat je opvalt meteen naar het ziekenhuis. Vaak loopt het met een sisser af, maar je doet er verstandig aan om dit niet te onderschatten en dus actie te ondernemen.

BUSKRUIT MET EHBO-CURSUS