Temperaturen

Een andere – klassieke maar nog steeds perfecte – manier om je eisprong te signaleren: jezelf iedere dag op hetzelfde tijdstip temperaturen, en dat een paar maanden lang, om een extra goed beeld te krijgen van je eigen cyclus. Een hele goede graadmeter, vooral voor mensen met een onregelmatige of lange cyclus, of vrouwen die al een tijdje proberen zwanger te worden en willen checken of ze überhaupt een eisprong hebben (dan heb je meteen al deze nuttige informatie voor je huisarts beschikbaar mocht je uiteindelijk doorverwezen worden naar een gynaecoloog, want hij of zij zal je ook vragen te gaan temperaturen).

 

De spelregels. Je begint op de eerste dag van je menstruatie (en dan bedoelen we de dag dat het bloeden echt doorzet, niet de vage, laffe bloedstreepjes in je onderbroek of het slijmerig bloed waar het vaak mee begint).

Iedere dag meet je je lichaamstemperatuur met een thermometer. Dat doe je rectaal* (je weet wat we bedoelen en waarin: de poeperd) met een goede digitale thermometer, en ook altijd met dezelfde thermometer. Het beste tijdstip van temperaturen is ‘s ochtends nog voordat je iets van actie hebt ondernomen en nog lekker in je bed ligt én dit doe je iedere dag op exact hetzelfde tijdstip en onder dezelfde omstandigheden. Níet meten na beweging, want dat zorgt ervoor dat je temperatuur omhoog schiet. Eerst even naar de wc voor een ochtendplas, wordt dus eigenlijk al afgeraden.

Leg daarom de thermometer naast je bed, zodat je er niet voor uit moet. Probeer externe factoren zo goed als mogelijk uit te schakelen. Alleen zo krijg je een reëel beeld van je cyclus-temperatuur. Ben je ziek en heb je verhoging of koorts dan kun je hier dus helaas geen goede conclusies uit trekken.

Iedere dag houd je de gemeten temperatuur bij in een grafiek. Trek lijntjes tussen de temperatuurwaarden, zo krijg je een mooie curve die je precies laat zien wanneer je eisprong heeft plaatsgevonden.

Meer informatie over dit onderwerp vind je in D’r op of D’r onder